Het uitwendig oor


De oorschelp en de gehoorgang behoren op hun beurt weer tot het uitwendige oor. De oorschelp bestaat uit kraakbeen bedekt met een laagje huid. Doordat onze oorschelpen niet beweegbaar zijn, spelen ze slechts een zeer kleine rol bij het richtinghoren.

Het buitenste deel van de gehoorgang bestaat uit kraakbeen, terwijl het binnenste deel van de gehoorgang bestaat uit hard bot. Beiden zijn bekleed met huid.

De gehoorgang is zo'n 2,5 cm lang en heeft een S-vorm en loopt iets omhoog. In het buitenste gedeelte van de gehoorgang bevinden zich haartjes. Hier bevinden zich ook een aantal kliertjes die oorsmeer (cerumen) afscheiden. Het oorsmeer bindt stof en vuil aan zich dat samen met het oorsmeer door de haartjes langzamerhand naar buiten wordt gebracht.

 

 

 

Het middenoor.

Aan het einde van de gehoorgang bevindt zich het trommelvlies waarmee het middenoor begint.
Aan het trommelvlies zit de steel van de hamer (malleus) vast, die op zijn beurt weer aan het aambeeld (incus) en de stijgbeugel (stapes) vast zit. Deze drie worden ook wel de gehoorbeentjes genoemd. Deze beentjes zijn scharnierend aan elkaar verbonden en zorgen ervoor dat geluidstrillingen die op het trommelvlies terecht komen naar het binnenoor worden getransporteerd.
De stijgbeugel zit op zijn beurt weer vast aan het ovale venster: de voordeur van het binnenoor.

De holte waarin de gehoorbeentjes liggen wordt ook wel de trommelholte genoemd en is met lucht gevuld.
Deze holte staat door middel van de buis van Eustachius in verbinding met de buitenlucht.

Het middenoor, waarin de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel zich bevinden, moet er nu voor zorgen dat dit geluid zonder al te veel verlies van energie omgezet wordt in een trilling van de vloeistof in het slakkenhuis (de cochlea). Een probleem daarbij is dat het binnengekomen geluid over moet gaan van lucht naar een vloeistof. Boven een vloeistof treedt een grote mate van reflectie op, waardoor energie verloren gaat.

Om dit probleem nu zo goed mogelijk het hoofd te bieden is het middenoor als volgt opgebouwd:

De oppervlakte van de voetplaat van de stijgbeugel is vele malen kleiner dan het trommelvlies.
Hierdoor wordt de druk op de vloeistof in het binnenoor 30 maal zo groot als de geluidsdruk op het trommelvlies. Er treed een versterkende werking op door de hefboomfunctie van de gehoorbeentjes. De beweging bij het ovale venster is weliswaar kleiner, maar de uitgeoefende kracht is groter.

 

Het binnenoor

Het binnenoor is een zeer complex werkend geheel,
waar nog steeds onderzoek naar wordt gedaan om de precieze werking te begrijpen.

Het binnenoor is een met vloeistof gevulde ruimte gelegen in het rotsbeen. Het binnenoor bestaat anatomisch gezien
uit drie onderdelen: het vestibulum, de half-cirkerlvormige kanalen en de cochlea ook wel het slakkenhuis genoemd.