Behandelingen - problemen -oplossingen enz.

 

Home Downloads Brughoektumor Behandeling Onderzoek Sites Verhalen  


  • vormen van behandeling
  • stereotactische bestraling
  • opereren
  • wait and scan
  • Complicaties
  • Problemen
  • Mogelijke Oplossingen
  • Bestraald en dan

3 vormen van behandeling

 

In principe zijn er 3 vormen van behandeling:

De patiënten met een brughoektumor worden in een behandelteam (kno-arts, neurochirurg, radioloog en radiotherapeut) besproken.
Hierbij komen de verschillende behandelingsmogelijkheden aan de orde, op basis waarvan door elke individuele patiënt een afgewogen keus kan worden gemaakt.

1) Opereren: De tumor wordt door een operatie verwijderd.

2) Stereotactische bestraling. De tumorgroei wordt door een zeergerichte bestraling gestopt.

3) Wachten en vervolgen (*wait and scan*)
Een afwachtend beleid is een mogelijkheid bij een relatief kleine tumor en/of bij relatief geringe klachten.

Voorlichting bij een keuze maken is zeer belangrijk!!!

 

Stereotactische bestraling

 

Als alternatief voor de operatie wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor stereotactische bestraling van de tumor. Bij de behandeling wordt de tumor niet verwijderd, maar door straling wordt de groei gestopt en kan het gezwel in een aantal gevallen soms zelfs kleiner worden. 

Ook hier zijn er verschillende methodes. Bij de behandeling wordt de tumor niet verwijderd, maar door straling wordt de groei gestopt en kan het gezwel in een aantal gevallen soms zelfs kleiner worden.
Zoals gezegd wordt bij deze bestraling gebruik gemaakt van stereotaxie. 
Dit houdt in dat men met behulp van een driedimensionaal lokalisatieapparaat uiterst nauwkeurig het doelwit, in dit geval het gezwel, kan bestralen en de stralingsdosis voor het omgevend gezonde hersenweefsel kan beperken.

De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving, waarbij het hoofd wel gefixeerd wordt in een hoofdsteun, zodat de bestraling uiterst nauwkeurig kan worden verricht. De keuze bestaat tussen het eenmalig uitvoeren van de bestraling of de zogenaamde gefractioneerde behandeling, waarbij de bestraling verdeeld wordt over een aantal achtereenvolgende dagen, in plaats van één grotere dosis op één dag.

De bestralingsbehandeling is geschikt voor tumoren tot maximaal 2,5 a 3 cm, mede afhankelijk van de ligging in relatie tot de hersenstam.

Over het algemeen wordt aangenomen, dat de kans op ernstige complicaties kleiner is bij bestraling dan bij operatie. Daar staat tegenover, dat de bestraling niet altijd effectief is en dat dan alsnog een operatie moet worden uitgevoerd.

.

bron: Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen

 

Opereren van een Brughoektumor

 

Wanneer na uitvoerige analyse en overleg met de patiënt voor een operatie wordt gekozen, heeft de kno-arts drie benaderingswegen tot zijn/haar beschikking.

De meest optimale toegangsweg naar de tumor hangt af van de precieze plaats en de grootte.

Daarnaast is de ernst van de gehoorvermindering beslissend en/of de voorkeur van het operatieteam.
Er bestaan verschillende operatieroutes. De keuze zal afhangen van de grootte van de tumor en de gehoorsfunctie, maar vooral van de voorkeur en de ervaring van de chirurg. 

Deze drie operatieroutes zijn:

- Translabyrinthair - door het oor -

Een andere chirurgische benadering is de translabyrintaire weg. Deze is geschikt voor relatief kleine tumoren, waarbij het gehoor volledig is uitgevallen. De benadering gebeurt door het rotsbeen, waarbij het labyrint (of evenwichtsorgaan) geopend wordt en daarna de inwendige gehoorgang. Hierdoor is er een goed zicht op de inwendige gehoorgang, maar deze benadering is, zoals gezegd, minder geschikt voor grotere tumoren, die zich ver uitbreiden in de brughoek. 

- Middle fossa - boven het oor -

Een opening wordt gecreëerd boven het oor, en de chirurg boort in de richting van de tumor tijdens een verblijf buiten de dura die van de hersenen. Bone wordt verwijderd gedurende de interne gehoorgang om de tumor te bloot te leggen.Deze aanpak het meest gebruikt als het behoud van het gehoor is een primair doel.

- Retrosigmoïdaa/Suboccipatiale - achter het oor -

De klassieke neurochirurgische benadering is via de achterste schedelgroeve, de zogenaamde suboccipitale benadering. Deze is geschikt voor zowel grote als kleine tumoren en kan ook gebruikt worden in gevallen waarbij men probeert het gehoor te sparen.

Duur van de opname:
De opname duurt gemiddeld 8 a 10 dagen. Na de operatie is een kort verblijf (meestal één nacht) op de medium of intensive care noodzakelijk voor gespecialiseerde zorg en bewaking.
Na ontslag uit het ziekenhuis komt u regelmatig voor controle terug bij de polikliniek.


.

Wachten en vervolgen beleid

 

Een afwachtend beleid is een mogelijkheid bij een relatief kleine tumor en/of bij relatief geringe klachten.

Daarnaast kunnen er andere redenen (andere ziekten en/of leeftijd van de patiënt) zijn om af te zien van een behandeling.

De groeisnelheid van de tumor kan namelijk zeer gering zijn (gemiddeld 1 à 2 mm per jaar). Dit wordt in principe éénmaal
per jaar met een controle-MRI-onderzoek gecontroleerd.

 

 

Mogelijke complicaties

 

Bij elke behandeling kunnen complicaties optreden. Dit geldt ook bij de behandeling van de brughoektumor. 

Bekende complicaties zijn: 

  • Gehele of gedeeltelijke uitval van de slikfunctie kan optreden. Dit kan van tijdelijke aard zijn of definitief. 
  • Stoornissen in de hersenvochtcirculatie (hydrocefalie). Behandeling gebeurt zoals deze van een waterhoofd door plaatsing van een drain. 
  • Uitval van hersenstamfuncties, waardoor verlamming van ledematen kan ontstaan, ook vitale functies, zoals ademhaling en hartslag kunnen aangetast worden. Deze complicatie is uiterst zeldzaam. 
  • Wondcomplicaties. Alleen in het geval van operatieve behandeling. 
  • Nabloeding in het operatiegebied, waarvoor soms een nieuwe ingreep noodzakelijk is, als de vitale structuren in de hersenstam in de verdrukking dreigen te komen. 
  • Lekkage van hersenvocht uit de wond. Behandeling vindt in eerste instantie plaats door het plaatsen van een drain onder in de rug om de druk van het hersenvocht bij de wond te verlagen.
    Soms moet ook in deze gevallen opnieuw operatief de lekkage gedicht worden.
  • Wondinfectie, eventueel met hersenvliesontsteking. De behandeling bestaat uit toediening van antibiotica. 

 

 

Mogelijk overige problemen

 

Deze problemen zijn:

Gehoorproblemen
Als er niet gehoorbesparend kan worden geopereed dan treedt in alle gevallen gehoorverlies op. U wordt dus doof aan een oor. Vooral in het begin levert dit problemen op, zoals bij het lokaliseren van gesprekken en het luisteren naar gesprekken in een lawaaiige omgeving. De meeste mensen leren hier mee om te gaan, al blijft het erg lastig.

De aangezichtsverlamming facialis parese. De aangezichtszenuw ligt midden in het operatiegebied. Het kan dus voorkomen dat deze zenuw door een lokale zwelling tijdelijk minder goed werkt;
- een scheef gezicht, hangende mondhoek
- het oog sluit niet goed, of helemaal niet
- geen traanvocht, oog droogt als het ware uit

Evenwichtproblemen 
Soms zijn er voor de operatie al evenwichtsklachten. Deze kunnen ook door de ingreep ontstaan of verergeren. In bijna alle gevallen neemt bij uitval van het ene evenwichtsoorgaan het andere de evenwichtsfunctie over.

 

 

Mogelijk oplossingen

 

Bij aangezichtsverlamming:
Mimetherapie, ontwikkeld door Carien Beurskens.
Er wordt nauw samengewerkt met de afdelingen KNO, Neurochirurgie,
Plastische chirurgie en Logopedie van het UMCN, de afdeling.
Fysiotherapie van het VUMC, de afdeling Facialis van het AMC,
en de vakgroep Psychologie van de Universiteit van Utrecht.


Toevoeging op deze lijst geeft ook mimetherapie:
Monique Smeets van fysiotherapiepraktijk FMT 
5 Meilaan 20b  
2321 RL  Leiden
Info Tel: 071-5313200      
email: info@fmtfysiotherapie.nl

Bij oogproblemen:
- met oogdruppels wordt het oog vochtig gehouden. 
- ook wordt het oog soms afgedekt met een horlogeglasverband.
- een andere mogelijkheid is het gebruik van de scleralens.
- bij het slecht sluiten van het oog wordt ook wel operatief een goudschaaltje in het ooglid aangebracht als een soort contragewicht.

Scleralens:
De scleralens is een grote harde zuurstofdoorlatende hoedvormige contactlens die het hoornvlies niet raakt en daardoor geschikt is voor mensen met abnormale vormen van het hoornvlies. Deze lens biedt tevens, als een soort verband, bescherming bij extreem droge ogen of bepaalde hoornvliesverwondingen. Verder info kunt u hier lezen.

Bij evenwichtproblemen:
Een goede oefening bij duizeligheid is de duizeligheid opwekken zodat je het andere evenwichtsoorgaan traint. Je moet als het ware door de duizeligheid heen gaan om aan de beweging te wennen. Evenwichtsoefeningen doen onder leiding van een fysiotherapeut is ook een optie bij erge duizeligheid

Bij eenzijdige doofheid:
Een hulp bij het horen kan o.a. zijn een CROS hoortoestel zijn of een 
Botverankerd Hoortoestel.
Zoals o.a. de Baha of de Ponto.

Downloads:

- scleralens bij facialispaese.pdf

- Lijst Mimetherapeuten.pdf


Restverschijnselen na stereotactische bestraling

 

De bestralingsbehandeling zelf geeft in het algemeen geen acute verschijnselen. In een enkel geval kan wat misselijkheid optreden, welke eenvoudig is te behandelen. De belangrijkste complicatie van deze behandeling is toename van het gehoorsverlies.

Bij de meeste patiënten treedt dit echter niet of in geringe mate op. Bovendien is er een kleine kans dat de aangezichtszenuw wordt beschadigd hetgeen kan leiden tot een hangende of gevoelloze aangezichtshelft. 
Overige complicaties worden zelden gezien. Net zoals bij het maken van een röntgenfoto maakt ook de bestralingsbehandeling gebruik van röntgen- of gammastraling. 
Men moet aannemen dat dit op lange termijn een, weliswaar klein, risico geeft op het krijgen van kwaadaardige ziekten. Indien er toch tumorgroei is na bestraling dan is vervolgens een operatie lastig en meer risicovol (op zenuwbeschadiging) vanwege de verlittekening na de bestraling.